De sociale huursector wordt hoe langer hoe meer een vangnet voor de laagstbetaalden. Dit zet de leefbaarheid van kwetsbare wijken onder druk. En de middengroepen vallen tussen wal en schip. Deze ontwikkeling, die al een aantal jaren aan de gang is, baart veel mensen grote zorgen, zo bleek op het drukbezochte Woonbondsymposium ‘ De woningmarkt weer op de rit’ gisteren in het Spoorwegmuseum in Utrecht.

Stadsgeograaf Cody Hochstenbach spreekt op het symposium.

Stadsgeograaf Cody Hochstenbach van de Universiteit van Amsterdam liet zien hoe hard het gaat met de krimp van de sociale huursector. Als de corporatiesector was meegegroeid met de andere sectoren, waren er nu 270.000 sociale huurwoningen meer geweest. De invoering van de Europese inkomensgrens heeft de sociale huursector bovendien op slot gezet voor de middeninkomens. Maakten in 1990 de laagste inkomens nog 12% uit van de corporatiehuurders, in 2015 was dat al bijna verviervoudigd tot 45%.

Samenklontering van problemen

De negatieve gevolgen zijn duidelijk zichtbaar. Mede door het sluiten van zorginstellingen zijn veel cliënten aangewezen op de corporatiesector en lopen de wachttijden voor ‘gewone’ woningzoekenden snel op. In steden waar het woningtekort het grootst is, Amsterdam en Utrecht, bedraagt de wachttijd voor een sociale huurwoning inmiddels 9 jaar. Daardoor wordt de sociale huursector hoe langer een meer een vangnet voor de laagstbetaalden en kwetsbaren. Volgens René Scherpenisse, directeur-bestuurder van de Tilburgse corporatie TIWOS leidt dit tot een ongewenste ‘samenklontering van problemen in wijken met veel coporatiebezit.’

Bouwen, bouwen, bouwen

De oplossing ligt volgens de deelnemers aan de diverse panels tijdens het symposium in een forse verhoging van de bouwproductie gekoppeld, aan het optrekken van de inkomensgrens voor de sociale huursector. Volgens Hans Heinink, bestuurslid van huurdersvereniging Accio in Nijmegen zou die omhoog moeten naar de oude ziekenfondsgrens, zo’n 57.000 euro.  De stelling dat alleen een verdubbeling van de nieuwbouw de tekorten in de sociale huursector kan opheffen, kon op unanieme steun rekenen van de zaal. Volgens Yasin Toronoglu, wethouder Wonen in Eindhoven, is zelfs een verdubbeling niet genoeg. Hij wil de komende vijf jaar 15.000 woningen bouwen, waarvan 4000 in de sociale sector. Ook in de binnenstad. ‘De stad is van iedereen’, aldus Toronoglu.

Een groot probleem voor de investeringscapaciteit blijft de verhuurderheffing. ‘Ik maak me daar ernstig zorgen over. Er gaat inmiddels ieder jaar 3,5 maand huur naar deze heffing en andere belastingen’, aldus Peter van Os van RIGO Research en Advies.

Middeninkomens

De benarde positie van de middeninkomens was ook een belangrijk thema op het symposium. Er moet veel meer voor deze groep worden gebouwd, ook door corporaties. Cees van Boven, directeur-bestuurder van Woonzorg Nederland, vindt dat corporaties zo’n 20% van hun nieuwbouw in het middensegment met een huur 720 en 1000 euro zouden kunnen bouwen. ‘ Beleggers bouwen namelijk niet in dit segment, die springen over de 1000 euro heen.’

Meer regulering vrije sector

Veel steun was er ook voor stelling dat er meer regulering moet komen in het middensegment, bijvoorbeeld door verhoging van de liberaliseringsgrens. En het puntenstelsel is (weer) aan herziening toe. Volgens Marja Appelman, directeur Woningmarkt van het ministerie van BZK, weegt de WOZ-waarde in het puntenstelsel ‘disproportioneel zwaar mee’ in steden als Utrecht en Amsterdam, waar de WOZ-waardes de pan uitrijzen. ‘Die moeten wellicht minder zwaar gaan wegen.’

Plan voor de Volkshuisvesting

Veel van deze thema’s komen terug in het Plan voor de Volkshuisvesting, dat de Woonbond dit najaar officieel zal presenteren. Het doel van dit integrale plan, waarover tal van maatschappelijke organisaties meedenken, is te komen tot een brede sociale woonsector, waar voor iedereen een betaalbare woning is in een leefbare buurt, met een gelijk speelveld is voor huurders en kopers. Woonbonddirecteur Paulus Jansen lichtte op het symposium het plan toe en bood vertegenwoordigers van diverse organisaties de gelegenheid om met aanvullingen te komen.

Aanvullingen op het Plan

Anneke van der Vlist van cliëntenorganisatie Ieder(in) hield een pleidooi voor een grotere toegankelijkheid van de bestaande woningvoorraad voor mensen met een beperking. Semih Eski, voorzitter van CNV-Jongeren, wil graag meer concrete aandacht voor jongeren, bijvoorbeeld door het bouwen van meer staterswoningen. Alex Scherpenzeel van ANBO vindt dat de Woonbond zich moet inzetten voor betere ouderenhuisvesting, bij voorkeur zelfstandige woningen met collectieve voorzieningen. Volgens Wim Hazeu, directeur-bestuurder van Wonen Limburg, moet de Woonbond meer oog hebben voor de positieve kanten van tijdelijke huurcontracten, bijvoorbeeld voor spoedzoekers. Ten slotte Rob Mulder, directeur belangenbehartiging van Vereniging Eigen Huis. Hij vindt dat de schotten tussen de huur- en koopsector moeten verdwijnen en is voorstander van een eigendomsneutrale behandeling door de overheid. Zo zouden de hypotheekrenteaftrek en de huurtoeslag moeten verdwijnen en plaatsmaken voor een inkomensafhankelijke woontoeslag. Dit voorstel, dat in het Plan voor de Volkshuisvesting is opgenomen, kon ook op brede steun uit de zaal rekenen.

 

Bron: Woonbond